Koning 1954: Louis Bril

Hoewel Halfvasten inmiddels voorbij was, lag de feestelijke sfeer in het Reigersdorp Berendrecht nog fris in het geheugen. Op zondag 4 april 1954 trokken de blauw-witte ruiters van de Oude Gans opnieuw rond de Solftplaats om de strijd aan te gaan voor de begeerde ganzenkop. Onder een zacht lenteweertje en met ruime publieke belangstelling werd het een vlot, gezwind en vooral spannend koningsrijden.

De vergelijking met het gelijktijdige gansrijden in Wilmarsdonk werd al snel gemaakt. Daar waren de paarden misschien fijner afgeborsteld en sierlijker versierd, maar in Berendrecht stonden zwaardere, krachtigere paarden onder het zadel. En dat zou zijn rol spelen, want het spel werd een echte krachtmeting. Er werd nauwelijks gesneden: slechts zeven mazen van het net gingen eraan, waarna de ruiters als roofvogels naar de nek grepen.

Het was uiteindelijk Louis Bril, gekend als “de man der krachtvoeders”, die zich de sterkste toonde. Met een beslissende greep rukte hij de ganzenkop los en stak die triomfantelijk in de hoogte. Koning 1954 was een feit.

Wat volgde was een uitbundige viering. Het lokaal bij Jaak Plompen liep stampvol en van alle kanten werd getrakteerd. Rond 20.30 uur trok het hele gezelschap naar de woning van de nieuwe koning in de Kerkstraat, waar de muzikanten letterlijk de ziel uit hun lijf bliezen. De ontvangst was hartelijk, de borrels vloeiden rijkelijk en de rondedansen volgden elkaar op, met de dames duidelijk in de hoofdrol.

Oud-koning Maurice Crynen sprak een huldewoord voor Louis Bril, die op zijn beurt dankbaar antwoordde. Aan zijn woorden – en zijn adem – was duidelijk te merken dat hij het keizerschap al in het vizier had. Met muziek op kop trok men daarna opnieuw in stoet naar het lokaal, waar de halfvastenlol tot diep in de nacht bleef voortduren.

Een bijzonder moment was ook het sympathieke bezoek van de Nieuwe Gans, die tijdens en na het spel de Oude Gans kwam feliciteren. Twee maatschappijen met dezelfde pluimen en hetzelfde “kwaken”, maar al jaren gescheiden… wie weet verschijnt er ooit nog een ganzenhoeder die hen opnieuw samenbrengt.